Zij zochten Jezus - Gods openbaringen en visioenen aan kinderen
Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on linkedin
Share on reddit
Share on tumblr
Share on whatsapp
Share on email

Zij zochten Jezus | Hoofdstuk 12 De Weg

Er is maar één weg. Jezus Christus is de Weg. Jezus zei: “Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” Een mens is de weg niet; ook kent de mens de weg naar de gouden Stad niet. De Stad en de Weg naar die Stad zijn beide openbaringen van boven.

Christus, die de weg is, is niet van de aarde. Hij is van boven. Hij is degene, die neerdaalde van de hemel, de Zoon des mensen, die in de hemel is, Hij is de grote God, onze Verlosser, Jezus Christus.

Mensen reizen niet naar de gelukkige Stad van louter vreugde. Zij reizen in tegenovergestelde richting. Hoe langer zij reizen, des te verder verwijderen zij zich van deze hemelse Stad. Kinderen behoren tot het Koninkrijk van God. Zij spelen en zingen aan de poorten van de Stad. Wanneer zij zelfstandig beginnen te worden, verwijderen zij zich altijd van de Stad, weg van dit gelukkige Paradijs van Eden. Hoe verder zij wegtrekken en hoe verstandiger ze worden – of ze nu alleen gaan of met de grote massa  mee – des te verder raken zij van de stad verwijderd, totdat het licht daarvan nog maar flauw te zien is, of voor altijd verdwijnt. De enige manier om de Stad te bereiken, is: omkeren.

En Jezus zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.  Mattheüs 18:3

Maar hoe verder een mens alleen gaat, hoe ouder hij wordt, hoe rijker, hoe verstandiger met zijn natuurlijke geest, hoe meer kruiswegen hij op zijn zelfgekozen weg passeert, des te moeilijker wordt het om om te keren, totdat er tenslotte geen kruiswegen meer zijn, waar hij zou kunnen omkeren naar  het eenvoudige geloven. Hij ziet geen mogelijkheid meer om ‘als een klein kind’ te worden.

Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven.  1 Korinthiërs 1:21.

Mensen zullen door te studeren God nooit vinden.

De mens, die op het werk van zijn eigen geest vertrouwt, of op die van een ander, zal nooit de Stad van God zien.

brug van goede werken

zelfgemaakte brug van goede werken 

De door de mensen zelf gemaakte brug van goede werken, van zogenaamd goed leven, zal waardeloos blijken en doormidden breken, wanneer de dag komt dat God de mens zal oordelen naar wat er binnen in hem is. Een mens die op de verdiensten van zijn karakter steunt, zal nooit op de gouden straten lopen. Wat een mens is, wat hij doet, hoe hij leeft, dat alles heeft niets te maken met zijn verlossing. Uitgaande van het beginsel hoe goed hij is, heeft de beste mens op aarde niet meer hoop op de hemel dan de slechtste mens op aarde. Een mens, die op zijn eigen karakter of zijn goede ontwikkeling vertrouwt, is alleen maar een moderne Farizeeër, met blinde ogen voor de Waarheid. De tollenaar, de dronkaard, de hoereerder, die zich bekeert met diep berouw, zal de Stad van God binnengaan, terwijl de goede mens uitgeworpen wordt in de buitenste duisternis, waar geween en tandengeknars is.

‘Uit genade’ worden wij gered, niet uit werken!

Redding is iets wat God doet. Het is niet iets wat de mens is of niet is. Redding komt van boven. Redding komt niet van de aarde, noch van binnenuit, noch door mensen.

Dat wat vanuit de aarde geboren is, is vlees en door de wil van een mens. Zij, die vanuit de aarde geboren zijn, kunnen nog zo wijs of goed of slecht zijn, zij moeten van boven opnieuw geboren worden. Alleen zij worden kinderen Gods, die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een mens, maar uit God geboren zijn  (Johannes 1:13).

Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.  Johannes 3:3

Deze geboorte, die ieder moet hebben ondergaan, wil hij ooit God zien, of de liederen zingen van de verlosten in de Stad boven de wolken, is een bovennatuurlijke geboorte. Het is alles van boven. Naar de kerk gaan, liederen zingen, gebeden lezen of spreken, werken in de kerk of voor de kerk, prediken, of zijn lichaam laten verbranden, heeft absoluut niets te maken met de nieuwe geboorte. De nieuwe geboorte is iets, wat God uit genade geeft zonder toedoen van werken. Wanneer hij niet opnieuw geboren wordt, heeft de beste spreker, de trouwste kerkbezoeker, de meest belijdende gelovige, niet meer hoop op de hemel dan de grootste goddeloze zondaar.

 

Hoe men de Weg naar Huis vindt

De Heer was er zo bekommerd over, dat ik toch maar terug zou komen, dat Hij de weg heel erg gemakkelijk en effen maakte. Ik was een zondaar, die alleen voor mezelf leefde, en niet tot eer van God. Ik ging mijn eigen weg. Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods  (Romeinen 3:23). Er is niemand die goed doet, ook niet één. Allen zijn zij afgeweken (Romeinen 3:11). Ik behoorde tot diegenen.

Jezus kwam van de hemel om zondaren te redden.

Hij kwam niet voor rechtvaardige mensen met een goed karakter. Voor mij was er geen uitkomst. Ik moest de straf voor mijn zonden dragen, maar Jezus had mij lief en stierf in mijn plaats.
Hij droeg zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout  (1 Petrus 2:24). Christus stierf aan het kruis; Hij die zonder zonde was nam de plaats in van de zondaren. Hij, die geen zonde kent, stierf voor mij aan het kruis, waar ik had moeten sterven. Ik, de zondige Barabbas, de zondaar die straf verdiende, werd volkomen en onvoorwaardelijk vrij. Hij, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt (2 Korinthiërs 5:21). God heeft Jezus gestraft, daarom wil Hij mij niet straffen. Omdat Hij Jezus verliet, wil Hij mij niet verlaten.

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven.  Johannes 6:47

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.  Johannes 5:24

Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.  Johannes 1:12

Jezus komt terug

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.

 

De weg om terug te keren naar het Vaderhuis, is de nederige weg van de verloren zoon. De zoon keerde terug, nadat hij zijn eigen trotse weg gelopen had. Uiteindelijk kwam hij tot zichzelf, en zei: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”

Vaders huis - de verloren zoon

de gelijkenis van de verloren zoon

 

Toen ik geloofde, dat Jezus deed wat Hij zei, en toen ik Hem aannam als mijn Plaatsvervanger en als Degene die mijn zonden droeg, nam Hij mij aan als Zijn kind. Hij zond Zijn Heilige Geest in mijn hart, zodat ik van boven af geboren werd. De Heilige Geest legde in mijn hart getuigenis af, zodat ik riep: “Abba, Vader.”

Voorheen was ik het die gewerkt had. Nu werkt God het willen en het werken in Mij. Wat ik vroeger liefhad, haat ik nu, en wat ik eens haatte, heb ik nu lief. Hoe meer ik probeerde goed te zijn, des te erger werd het. Hoe meer ik geloof dat God in mij en door mij werkt, des te beter is het.

De Heer heeft mij het licht van de hemelse Stad getoond.

Om die reden draag ik ook dit lijden en ik schaam mij daarvoor niet, want ik weet, op wie ik mijn vertrouwen heb gevestigd, en ik ben ervan overtuigd, dat Hij bij machte is, hetgeen Hij mij toevertrouwd heeft, te bewaren tot die dag  (2 Timotheüs 1:12). Ik zal vast en zeker door de poorten de Stad binnengaan en de blijdschap delen met hen, die overwonnen hebben door eenvoudig te geloven in het bloed van het Lam.

Christus bewerkte een volkomen verlossing!

Hij stierf voor de zonden van de gehele wereld. Eeuwig leven is een geschenk. Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here  (Romeinen 6:23). Deze gift is vrij. Het ligt aan ons om die aan te nemen of te verwerpen, die op te nemen of te laten liggen. Wij moeten kiezen tot welke van de twee rovers op het kruis wij willen behoren: of wij geloven dat Jezus God is, en een zondaar kan redden die tot inzicht gekomen is, en de eeuwigheid met Christus in het Paradijs doorbrengen, of we zijn zoals de andere rover, en geloven niet dat Jezus God is, en sterven in onze onbeleden en niet vergeven zonden, ver van God verwijderd.

Christus redt ieder en allen door hun geloof.

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.  (Johannes 3:16). Zij die geloven en aldus worden gered, worden door Christus behouden. Zij dragen de Rots niet, maar de Rots draagt hen. Zij zijn gered door geloof en niet door de werken.

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?  1 Johannes 5:4-5

het kruis

Het Kruis

Uiteindelijk worden we als een van de twee dieven aan het kruis. Bespot de Christus en sterf in uw zonden, of erken uw zonden en stel gelovig al uw hoop op Hem, die voor ons stierf, en breng de eeuwigheid door met Hem in het paradijs.

Die door genade gered en bewaard worden, leiden een leven als volgelingen van de Heer. Zij doen werken van gerechtigheid, en komen hun godsdienstige verplichtingen na. De werken, die zij doen en die van waarde zijn, komen tot stand door hetgeen God van boven in hen heeft gewerkt.

Door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.  2 Petrus 1:4

De kinderen van God hebben de Heilige Geest in hun lichamen en harten. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven  (Galaten 2:20). Want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt  (Filippenzen 2:13).

Zij die gered zijn, zijn burgers van het hemelrijk.

Zij hebben de wereld niet lief, noch dat wat in de wereld is. Zij hebben zoveel ‘hemels leven’ in zich als zij Heilige Geest bezitten. De Heilige Geest is hemels leven, leven uit God, eeuwig leven. Door de diepere ervaringen van de Heilige Geest wordt de hemel een grotere realiteit dan de aarde, zodat het kind van God vaak door zien en door geloof zijn pelgrimsreis aflegt naar de Stad, het hemelse Jeruzalem, waarvan God de Ontwerper en Bouwmeester is.

Onze boodschap uit Adullam is ten einde.

Wij hebben dit getuigenis gegeven, niet omdat wij op natuurlijke wijze tot groter inzicht kwamen, maar vanwege datgene wat onder ons gebeurde, toen God zich openbaarde door de Geest.

Het beste wat wij beleefden, kunnen wij niet op schrift stellen. Het beste wat men kan meemaken moet ieder zelf door openbaringen van de Heilige Geest ervaren. Wij zouden graag meer willen schrijven, maar wij kunnen het nu niet. Maar wat wij geschreven hebben, is gedaan met de bedoeling, dat u geloof en leven zou mogen hebben in Zijn Naam. Of, wanneer u Hem kent, dat u bemoedigd wordt, en ernaar zult jagen om tot een overvloediger leven te komen, het leven door doop en vervulling van de Heilige Geest, het leven dat God voor al Zijn kinderen bedoeld heeft, de voorsmaak van en het vooruitzicht op de grote Stad van de Koning, de Stad waar alles nieuw gemaakt is.

 

Jesus says, Take my hand

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.  Openbaring 3:20

 

Bronnen:

http://www.biddenhelpt.net/files/Zij_zochten_Jezus.pdf

https://www.bol.com/nl/f/gods-openbaringen-visioenen-aan-kinderen-woord-geest-in-actie/39484996/#product_specifications

You may also like