De èchte Svali over haar job als hoofdtrainer binnen de Illuminati. In 2006 is er niets meer van haar vernomen. AI heeft haar klokkenluiderstaak overgenomen middels meerdere boeken, die door haar geschreven zouden zijn. Meer hierover volgt!
Eindtijdnieuws.com
20 april 2026
Een dag uit het leven van een trainer
3 november 2001 – Svali
Triggerwaarschuwing: Dit artikel bevat gedetailleerde beschrijvingen van sekte ofwel cult activiteiten. Lees het alsjeblieft niet als je hierdoor getriggerd kunt raken.
Veel mensen hebben geschreven en vragen gesteld zoals: “Wanneer ging je naar bijeenkomsten?” of “Hoe zat het met je kinderen toen je bij de groep zat?”, en zelfs “Hoe scheidde je de sekte activiteiten van je normale leven?”
Dit artikel is een poging om deze vragen te beantwoorden en om meer inzicht te geven in hoe dissociatie werkt bij iemand die actief is in een sekte.
Deze ‘dag’ is gebaseerd op meer dan 12 jaar therapie.
Het is een collage van verschillende herinneringen aan hoe het leven er ongeveer zeven jaar geleden uitzag, toen ik nog actief was in de groep in San Diego. Hopelijk helpt het mensen, die ondersteuning bieden en therapeuten, om beter te begrijpen hoe ernstig het geheugenverlies is tussen sekte activiteiten en het dagelijks leven. Ook legt het uit hoe een lid van een misbruikende en occulte sekte in het dagelijks leven een vriendelijke, Christelijke persoon kan zijn.
7:00 uur
Ik word moe wakker, zoals altijd. Het lijkt wel alsof de vermoeidheid me achtervolgt, zelfs als ik vroeg ga slapen. Ik word wakker van het zoemen van de wekker, en sta op. Ik ben al aangekleed, want de afgelopen twee jaar zijn mijn man en ik begonnen met het slapen in onze kleren. We lachen erom en zeggen dat het ’s ochtends tijd bespaart bij het aankleden. Ik draag het ‘uniform’ van elke Amerikaanse huisvrouw: een wijde joggingbroek en een bijpassend shirt, en tennisschoenen met schuimzolen. Ik trek een nettere outfit aan voor mijn werk.
Ik maak mijn twee kinderen wakker en maak het ontbijt klaar, dat eenvoudig is: ontbijtgranen en toast. Daarna maken ze zich klaar voor school, en breng ik ze naar de kleine Christelijke school waar ze naartoe gaan. Ik ben daar de lerares van de eerste klas; mijn dochter zit in de vijfde klas. Ik heb last van een zeurende hoofdpijn, die ik negeer als we bij de school aankomen.
8.45 uur
De school begint. Ik geef les aan de eerste, tweede en derde klas op een Christelijke school met meerdere leerjaren, waar mijn kinderen naartoe gaan. Daarvóór had ik mijn kinderen een aantal jaren thuisonderwijs gegeven. Ik werd gevraagd om in te vallen op deze school, toen een van de vaste leraren wegging. En al snel werd mij gevraagd om fulltime les te geven.
Ik vind lesgeven leuk en ik kan goed multitasken. Ik ga van de eerste naar de tweede naar de derde klas, en geef elke klas activiteiten om te doen. Ik heb lesplannen opgesteld voor het hele semester. Ik word beschouwd als een aardige en geduldige lerares. De kinderen vinden mij leuk en ik vind hen leuk, hoewel ik zou willen dat de hoofdpijn weg zou gaan. Soms is die aan het eind van de dag heel hevig.
15.30 uur
De school is uit. Mijn dochter heeft een vriendinnetje uitgenodigd om thuis te komen spelen, dus ik herinner hen er allemaal aan om hun gordel om te doen voor de rit naar huis. Ik ben moe, maar ik besef ook dat het belangrijk is dat mijn kinderen de kans krijgen om contact te zoeken. Ik maak me soms zorgen over hun neiging om zich terug te trekken, en moedig hen aan om vriendjes en vriendinnetjes uit te nodigen.
We oefenen met paardrijden in de omheinde weide in onze achtertuin. Mijn zoon zegt: “Goh, mam, je bent thuis veel aardiger tegen me dan wanneer je mijn lerares bent,” en ik lach en zeg: “Dat komt omdat ik op school geen favorieten wil hebben.”
17.30 uur
Ik breng de vriendin naar huis. Het avondeten staat in de oven.
Tot nu toe is mijn dag precies hetzelfde geweest als die van ieder ander, die geen DIS heeft of in een sekte zit. Dit komt doordat mijn presentatoren, of dagmensen, naar buiten zijn gekomen. Ze zijn aardig, zorgzaam, Christelijk, en hebben geen flauw idee dat ik nog een ander leven leid.
Als je me op dit moment zou aanspreken en vragen: “Ben je ’s avonds met bepaalde activiteiten bezig?”, zou ik absoluut geen idee hebben waar je het over had. Ik ben specifiek gecreëerd om er overdag in alle opzichten normaal uit te zien, me normaal te gedragen en normaal te zijn. Je zou me tot nu toe de hele dag kunnen volgen, en er zou absoluut geen aanwijzing zijn dat ik soms een ander leven leid. De enige hint zijn de hoofdpijnen, en af en toe aanvallen van onverklaarbare depressie, die ik maar niet van me af kan schudden. Ik heb beide mijn hele leven al.
18.30 uur
Mijn man komt thuis en we eten allemaal avondeten. Hij en ik hebben een goede vriendschap, hoewel we in sommige opzichten ver van elkaar af staan: hij leeft zijn leven en ik leef het mijne. We hebben zelden ruzie, of zijn het zelfs maar openlijk oneens. Ik help de kinderen met hun huiswerk, terwijl hij werkt aan een businessplan voor een klant.
19.45 uur
Er komt een telefoontje binnen, en als ik opneem, zegt iemand: “Is Samantha daar?” Dit is een van mijn codenamen, en ik schakel onmiddellijk over. “Bel straks nog even terug,” zeg ik ten hen. “Over een kwartier,” zegt de stem. Ik stuur de kinderen naar boven om in bad te gaan.
20:00 uur
Het telefoontje komt weer. “Samantha?” Ik schakel onmiddellijk over. Mijn stem klinkt vlak en ik antwoord met een houterige stem. “Ja, wat is er?” “Vergeet niet de spullen mee te nemen die we vanavond hebben besproken,” wordt mij verteld. Ik reciteer vervolgens een sleutelcode aan deze persoon, die de hoofdtrainer is, om ervoor te zorgen dat ik zijn boodschap onthoud. Ik hang op nadat hij dat heeft gedaan.
20:30 uur
Ik lees mijn kinderen een verhaaltje voor het slapengaan voor. Ze zijn heel erg bang in het donker, zelfs op zes- en tienjarige leeftijd, en staan erop dat er de hele nacht een lampje in hun kamer blijft branden. Naarmate de avond vordert, worden ze steeds angstiger. “Mama, ik ben bang,” zegt mijn dochter tegen me. “Waarvoor?” vraag ik. “Ik weet het niet,” antwoordt ze. Ze zegt dit vaak, en ik maak me zorgen om mijn overgevoelige en angstige jonge dochter.
Diep van binnen voel ik dat deze angsten niet normaal zijn en dat er iets mis is, maar ik weet niet waarom. Mijn man zegt dat ik me te veel zorgen maak en dat onze dochter dat van mij overneemt. Ik blijf bij beide kinderen tot ze in slaap vallen. Dit is onze avondroutine, en ik vind dat dit het minste is wat ik hen kan geven.
21.30 uur
Ik maak me klaar om naar bed te gaan. Ik moet tien tot twaalf uur per nacht slapen, anders ben ik helemaal uitgeput. Vaak val ik in slaap, terwijl ik mijn twee kinderen voorlees. Vlak voordat ik in slaap val, zeg ik tegen mijn man: “Onthoud het”, en geef ik hem de code, die aangeeft dat we later wakker moeten worden. Hij antwoordt in het Duits dat hij het onthoudt.
1:00 uur
Mijn man maakt me wakker. Hij en ik wisselen elkaar af om de anderen wakker te maken. We hebben geen wekker nodig, want onze interne biologische klok maakt ons wakker. Ik draag mijn joggingpak; ik ben aangekleed in slaap gevallen om het makkelijker te maken als ik midden in de nacht opsta.
Ik ben eindelijk mezelf. Ik kan nu naar buiten komen en de buitenwereld zien, niet opgesloten zoals ik overdag ben. “Haal de kinderen,” zegt hij op gedempte toon. Ik ga naar boven en zeg tegen hen: “Maak je klaar, nu.” Ze zijn meteen uit bed, volkomen gehoorzaam, wat heel anders is dan overdag. Snel en stil trekken ze hun schoenen aan, en ik breng hen naar de auto.
Mijn man rijdt; ik zit op de passagiersstoel. Hij rijdt met de koplampen uit tot we op de weg zijn, zodat we onze buren niet wakker maken. We wonen op het platteland aan een onverharde weg, en er zijn maar weinig huizen waar we ons zorgen over hoeven te maken. Het is mijn taak om alert te blijven, te kijken of er iemand ons volgt, en hem te waarschuwen als er iemand aankomt.
Zodra we de weg op zijn en de verharde weg inslaan, doet hij de koplampen aan en rijden we naar de bijeenkomst. “Ik heb mijn huiswerk niet afgemaakt,” zegt mijn zoon. Mijn man en ik kijken even woedend naar hem. “We praten ’s avonds nooit over de dag!” herinneren we hem eraan. “Wil je een pak slaag?” Hij kijkt gekwetst, en de rest van de rit verloopt in stilte, terwijl de kinderen uit de ramen van de auto kijken en we geruisloos naar onze bestemming glijden.
1:20 uur
We zijn bij de eerste controlepost bij de militaire basis. We zijn via de achteringang naar binnen gereden en worden doorgelaten. De wachtposten herkennen onze auto en onze kentekenplaten. Ze zouden iedereen tegenhouden die ze niet kennen, of die geen toestemming heeft om daar te zijn. We passeren nog twee controleposten voordat we bij de ontmoetingsplaats aankomen. Die bevindt zich op een groot veld op een grote marinebasis, die honderden hectaren beslaat. Er zijn kleine tenten opgezet en tijdelijke bases ingericht voor de oefeningen van vanavond. We komen hier, of op een van de drie andere ontmoetingsplaatsen, drie keer per week.
Mensen kletsen en drinken koffie. Er zijn hier veel vriendschappen, omdat iedereen naar hetzelfde doel toewerkt. Het werk is intens, en de vriendschappen zijn net zo intens. Ik sluit me aan bij een groep trainers die ik goed ken. “Het lijkt erop dat Chrysa ontbreekt,” zeg ik. “Ik wed dat die luie trut niet uit bed kon komen.” ’s Nachts ben ik heel anders. Ik gebruik woorden, die me overdag zouden afschrikken, en ik ben erg kattig en gemeen. De anderen lachen. “Twee weken geleden was ze ook te laat,” zegt een ander. “Misschien moeten we haar rapporteren.” Hij maakt een grapje, maar meent het deels serieus.
Niemand mag te laat komen, of ziek zijn. Of te vroeg, trouwens. Er is een tijdsvenster van tien minuten, waarin alle leden zich bij de bijeenkomsten moeten melden. Zo niet, dan worden ze gestraft als er geen goed excuus is. Hoge koorts, een operatie, of een auto-ongeluk worden als excuses beschouwd. PMS, vermoeidheid, of een kapotte auto zijn dat niet.
We drinken koffie om wakker te blijven, want zelfs onze gedissocieerde toestand houdt het lichaam niet tegen om te protesteren tegen het feit, dat we midden in de nacht wakker zijn na een hele dag vol activiteiten. Ik ga naar de tent om mijn uniform aan te trekken. We dragen ’s nachts allemaal uniformen, en we hebben ook allemaal rangen, gebaseerd op hoe hoog we in de groep staan en hoe goed we presteren.
1:45 uur
We gaan aan de slag met onze toegewezen taken. Ik heb de logboeken meegenomen, het ‘item’ dat ik moest onthouden. Ik bewaar ze thuis verborgen in een kast, opgesloten in een stalen kist. Deze boeken bevatten gegevens over verschillende ‘onderwerpen’, waaraan we hebben gewerkt.
Ik ga naar de kamer van de hoofdtrainer in een nabijgelegen gebouw. Ik werk met hem samen, aangezien ik de tweede trainer onder hem ben. Hij en ik verachten elkaar, en ik vermoed dat hij me graag zou ondermijnen, aangezien ik veel wrede grappen ten koste van hem heb gemaakt. Ik word geacht bang voor hem te zijn, en dat ben ik ook, maar ik kan hem ook niet respecteren, en dat weet hij. Ik wijs hem op zijn fouten, in het bijzijn van anderen, en hij probeert vaak wraak op mij te nemen.
1:50 uur
De kamer in het magazijnachtige gebouw is ingericht om met de proefpersonen te werken. Er staat een tafel, er is verlichting en er is apparatuur. De kamer ligt afgezonderd van de activiteiten die buiten plaatsvinden, zodat anderen niet worden afgeleid door wat we hier doen.
De proefpersoon is aanwezig, klaar om aan gewerkt te worden. Een andere, jongere trainer is er om te helpen, en ik vraag haar de medicatie toe te dienen. We werken aan medicijnen om hypnotische toestanden op te wekken, en bestuderen de effecten van deze medicijnen in combinatie met hypnose en trauma. De medicatie wordt onderhuids geïnjecteerd, en dan wachten we. Binnen tien minuten is de proefpersoon slaperig, en is zijn ademhaling langzamer en zwaarder, maar zijn ogen zijn open, wat precies is wat we willen.
(Ik zal de rest van de sessie hier niet beschrijven; het is op dit moment te pijnlijk voor mij om te beschrijven. Ik vind dat experimenteren op mensen wreed is en gestopt moet worden, maar de groep waar ik deel van uitmaakte, deed het voortdurend.)
We leggen tijdens de sessie informatie vast in het logboek, en ik heb een laptop waarop ik de informatie ook invoer. We brengen niet alleen de medicatie in kaart, maar ook de individuele reactie van deze persoon. We hebben zeer complete en gedetailleerde profielen van deze persoon, die zijn begonnen toen hij nog een baby was. Ik kan een speciaal profiel opvragen dat me alles over hem vertelt: zijn favoriete kleuren, eten, seksuele voorkeuren, kalmeringstechnieken, en een lijst met alle codes die een reactie bij hem uitlokken. Er is ook een diagram van zijn innerlijke wereld, dat in de loop der jaren is opgebouwd.
Deze proefpersoon is makkelijk om mee te werken en het gaat vlot. Op een gegeven moment corrigeer ik de jonge trainer, wanneer ze iets te snel wil doen. “Je moet geduld leren,” berisp ik haar in het Duits. ’s Avonds spreken we allemaal Duits; dat en Engels zijn de twee gemeenschappelijke talen (voertalen) in deze groep. “Het spijt me, ik dacht dat het tijd was,” zegt ze. Ik leer haar vervolgens de signalen, waar ze op moet letten als de proefpersoon klaar is.
Dit is waarom ik hoofdtrainer ben. Ik train de jongeren, want na al die jaren ken ik de menselijke anatomie, fysiologie en psychologie door en door. Gelukkig heb ik deze jonge trainer op tijd betrapt voordat ze een fout maakte. Als ze er een had gemaakt, had ik haar moeten straffen.
’s Avonds worden fouten nooit geaccepteerd, nooit. Zodra een kind twee of drie jaar oud is, wordt er van hem verwacht dat hij het goed doet, anders wordt hij bruut behandeld. Dit gaat door tot in de volwassenheid.
2:35 uur
De sessie is bijna voorbij en de proefpersoon herstelt zich. De medicatie werkt snel en hij zal op tijd herstellen om naar huis te rijden. Ik laat hem achter onder de hoede van de jongere trainer, en ga naar de koffiekamer om even te pauzeren. Daar rook ik een sigaret en drink ik koffie met de andere trainers. Overdag rook ik nooit en word ik ziek van koffie, maar hier, ’s nachts, is het compleet anders.
“Hoe gaat het met je avond?” vraagt Jamie, een vriendin. Ik ken haar alleen als Jamie. Het is niet haar echte naam, maar ’s avonds gebruiken we allemaal onze bijnamen. Overdag is ze ook een van de leraren op de school, maar daar zijn we geen vriendinnen. “Saai. Ik moest weer een stom kind corrigeren,” zeg ik. ’s Nachts ben ik niet aardig, omdat niemand ooit aardig tegen mij is geweest. Het is een zeer harde concurrentiestrijd en politieke sfeer, waarin zij die wreed zijn, winnen.
“En jij?” vraag ik. Ze trekt een grimas. “Ik moest wat snotneuzen rondmarcheren”, zegt ze, verwijzend naar militaire oefeningen met kinderen van 8 tot 10 jaar.
Elke avond zijn er militaire oefeningen, omdat de groep zich voorbereidt op de uiteindelijke machtsovername. De kinderen worden op leeftijd in groepen verdeeld, en verschillende volwassenen geven om de beurt les. We kletsen een paar minuten en gaan dan terug naar onze ‘werkzaamheden’.
2:45 uur
Dit is een korte sessie. Het is een ‘opfrisbeurt’ voor een lid, dat een van de militaire leiders is. Ik haal zijn profiel tevoorschijn en bekijk het voordat we beginnen. De hoofdtrainer en een andere trainer werken met mij samen. De hypnotische inductie verloopt vlot, en hij herinnert zich zijn programmering. Deze wordt versterkt met schokken, en we controleren alle parameters. Ze zijn allemaal actief en op hun plaats. Ik slaak een zucht van verlichting. Dit was een makkelijke, en hij verzet zich niet tegen ons.
Na afloop ben ik kalmerend en vriendelijk. “Je hebt het goed gedaan,” zeg ik tegen hem. Van binnen verzet een klein stemmetje in mijn maag zich tegen het gebruik van brutaliteit om te onderwijzen. Hij knikt, nog steeds een beetje versuft van de sessie. “Je mag trots op jezelf zijn,” zeg ik tegen hem, en ik geef hem een aai over zijn hand. Hij krijgt daarna zijn beloning en brengt tijd door met een kind. Hij is een pedofiel, en zo wordt hij ‘getroost’ na zijn sessie.
3.30 uur
We hebben onze uniformen uitgedaan, die in een speciale wasmand worden gelegd om te worden gereinigd. Mijn kleren, die netjes opgevouwen op een plank lagen, heb ik weer aangetrokken, en we zitten allemaal in de auto op weg naar huis. Mijn dochter neemt het woord. “Ik word volgende week gepromoveerd,” zegt ze, met trots in haar stem. “Ze zeiden dat ik het vanavond heel goed heb gedaan bij de oefeningen.”
Ze weet dat ik en de andere volwassenen bij de ceremonie aanwezig zullen zijn, om de bevorderingen te vieren. “Ik ben blij,” zeg ik tegen haar. Om de een of andere reden voel ik me uitgeput. Normaal gesproken zou ik blij zijn, maar vanavond, hoewel het een gewone avond was, viel het mij zwaar.
De laatste tijd voel ik af en toe koude rillinkjes door mij heen gaan, vlagen van angst. Soms hoor ik een kind van binnen, diep van binnen, schreeuwen, en dan breekt het zweet me uit terwijl ik aan kinderen of volwassenen werk. En ik vraag me af hoe lang ik dit nog kan volhouden. Ik heb gehoord van trainers, die instortten of hun werk niet meer konden doen, en ik heb ook gefluisterde verhalen gehoord over wat er met hen is gebeurd. Het was de essentie van nachtmerries, en ik duw mijn eigen angst weg.
4:00 uur
We zijn thuis en storten in bed, waar we meteen in slaap vallen. De kinderen waren al in slaap gevallen voordat we thuiskwamen. Mijn man en ik hebben hen naar bed gedragen. We slapen allemaal diep en zonder dromen.
7:00 uur
Ik word moe wakker van de wekker. Het lijkt wel alsof ik altijd moe ben, en vanochtend heb ik lichte hoofdpijn. Ik haast me om de kinderen wakker te maken en mij klaar te maken voor weer een dag lesgeven. Ik vraag me af of er iets mis is met me, aangezien ik steeds meer slaap nodig lijk te hebben en toch moe wakker word. Ik heb geen idee dat ik de avond ervoor wakker was en mijn andere leven leidde.
Geheugenverlies
Het lijkt voor sommige lezers misschien ongeloofwaardig dat iemand een ander leven kan leiden en daar absoluut geen idee van heeft, maar dit is de aard van geheugenverlies. Als de programmering correct is uitgevoerd, is deze bijna niet te detecteren, en zal de persoon volledig geen herinnering hebben aan zijn of haar andere activiteiten. Dit wordt dissociatie genoemd, en het komt voor bij de meeste leden van misbruikende, generationele sektegroepen, zoals die ik beschrijf.
Zie ook:
Bron:
