De Heer vroeg brother Matt om dit te rapporteren als een sharing: ‘Vertel wat je ziet en wat je hoort.’ Visioen Grote Witte Troon Oordeel en de Buitenste Duisternis.
Eindtijdnieuws.com
22 maart 2026
Sharing brother Matt – 4 februari 2024
‘In één van de visioenen van een paar nachten geleden was er een moment waarop ik een deur zag. En de deur ging open. Er was duisternis achter de deur. Ik voelde dat ik naar de deur werd getrokken. Maar ik aarzelde om door die deur te gaan, omdat ik een beetje bang was voor wat ik aan de andere kant van die deur zou zien.
Wanneer je de eerdere video’s van deze week hebt gezien, ben je je misschien bewust van enkele andere dingen die ik zag, zoals de zeer levendige droom, die te maken had met Atlanta en het Ritz-Carlton hotel, en enkele zeer grafische dingen.
En dus wilde ik niet zien wat daar was. In mijn hart voelde ik me schuldig over het hebben van die houding. Sinds die dag heb ik veel gebeden en heb ik de Heer steeds laten weten, als Hij dingen heeft die Hij me wil laten zien, dat ik bereid ben die dingen te zien. En als Hij dingen heeft die Hij wil dat ik zeg, dan ben ik bereid die dingen te zeggen.
Ik aarzelde zelfs om sommige dingen te delen, die Hij me vanavond gaf. Het begon met woorden, en daarna zal ik het visioen delen.’
Dit is wat de Heer als eerste zei:
Ik, de Heer, die vlees werd en onder jullie woonde, Hij die de ketenen van zonde en dood verbreekt, door wiens naam alléén mensen worden gered. Hij wiens bloed werd vergoten voor de menigte, Hij die overwint en niet wordt overwonnen, Hij die de overwinning in Zijn hand houdt, de Nazarener. Hij werd geboren uit de maagdelijke schoot. Hij, die een zondeloos leven leidde, Hij van wie door engelen werd getuigd, Hij die Immanuel wordt genoemd, Zoon des mensen, Zoon van God, Messias, de Gezalfde, het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt, Yeshua Hamashiach, Hij die was en is en komen zal, de Heer God Almachtig, de Aanvoerder van het leger, Bevelhebber van de legers van de hemel.
Ik ben het die tot u spreekt.
Luister daarom, o mens, en neem deze woorden ter harte. Ik ben degene die Getrouw en Waarachtig wordt genoemd. Alle macht in de hemel en op aarde rust op Mij. Vrees niet, want Ik zal bij u zijn.
Kijk en zie wat Ik u zal tonen….
Brother Matt: Dat was dus het eerste deel. Daarna maakte ik mijn vrouw wakker, zodat ze dit samen met mij kon meemaken. Toen gingen de woorden verder, en dit is wat Hij vervolgens zei – en dat is ook de reden waarom ik vanavond deze video maak….
Vertel wat je ziet en wat je hoort.
Toen mijn vrouw wakker werd, omdat ze er bij het eerste deel niet bij was geweest, toetste zij de geest, door te vragen wie Jezus is. En als je me al een tijdje volgt, dan weet je – vooral toen deze dingen bij ons voor het eerst begonnen – dat het toetsen van de geest iets was wat we echt elke keer deden! Sindsdien geeft de Heer meestal een verklaring aan het begin, wanneer de woorden komen. Dus was het deel, dat ik je net voorlas, een soort van die verklaring. Maar mijn vrouw was er niet bij geweest, voor dat deel. Dus toen zij binnenkwam, gaf Hij het als het ware nog een keer; dit is het tweede deel daarvan….
Zij vroeg dus: ‘Wie is Jezus?’
En toen kwamen de woorden: Jezus is de Here God, de Almachtige, Hij die op de troon zit, Hij die het Lam van God wordt genoemd, Hij die de zonde van de wereld wegneemt, Hij die de Auteur en Voltooier is, Hij door wie alle dingen zijn gemaakt. Hij is het Leven en het Licht voor de mensen, de enige Weg waardoor mensen worden gered. Hij is het Woord dat vlees geworden is, Hij die het enige geschikte offer voor de zonde was. Hij is de Naam die boven alle namen staat, de Koning die boven alle koningen staat, de Heer die boven alle heren staat. De Enige Naam waardoor mensen worden gered. Zijn getuigenis is waar; Hij is de Getrouwe.
Visioen brother Matt
Toen begon dit visioen….
En ik heb het min of meer uitgeschreven op basis van alles wat ik zei terwijl ik het opnam. Weet je, als de Heer komt, nemen we het op. Je weet wel, als de Geest over mij komt, zet ik de spraakmemo aan. Dan wordt alles opgenomen en later uitgeschreven. Dus ik zei eerst:
“Er is een deur, die openstaat.”
Ik zag een uitgestrekte open ruimte, en de vloer van deze ruimte was als water. Daarboven was een uitgestrekte donkere hemel. En ik zag iets als een deuropening voor mij: een open deur. Ik zag licht uit de deuropening komen. Toen hoorde ik een stem, die zei:
“Kom en zie.”
Een ik voelde dat ik naar de deur werd getrokken en ging door de deur het licht in. Er was alleen maar licht, helder licht als de zon. Ik bedoel, intens helder! En in die heldere ruimte zag ik voor mij twee pilaren staan. Daar stond iemand tussen de pilaren, iemand die er was alsof hij me wilde begroeten. En deze persoon was in het wit gekleed. Hij had een staf in zijn hand, een soort meetlat, en weet je, in mijn gedachten dacht ik echt aan Ezechiël. Ik probeer te beschrijven hoe het eruitzag. De enige beschrijving die ik kon bedenken, is een staf gemaakt van riet.
We stonden voor een gebouw….
Het gebouw was gemaakt van helderwitte stenen, en er was daar een deuropening. Boven de deuropening stonden woorden geschreven, waarvan ik wist dat het namen waren, maar ik kon het schrift niet lezen. Het was geen taal die ik kende. Ik zei hardop dat ik dacht dat het de tempel was van Ezechiël. Daarna begon ik een beetje boven de tempelruimte te zweven. Ik beschrijf het als een tempel, omdat mijn geest het zo begreep of herkende.
Ik zag muren, als een buitenmuur. Binnen die buitenmuur zag ik een gebouw. Toen stond ik binnen deze eerste poort. Daarna liepen we een trap op, en alles was gemaakt van dit stralend witte steen, zo helder als de zon.
Daarna was er nog een deur….
Achter die deur bevond ik me in een immense hal. Het is moeilijk te beschrijven hoe groot die ruimte was! Het was groter dan alles wat ik mij maar kon voorstellen. Ik voelde me gewoon zo piepklein in deze ruimte!
In deze hal stonden ‘kandelaars’ of ‘lampenstandaards’.
Maar het waren van die grote, enorme dingen met een soort vuur en rook. Ik denk dat er een soort vuur in brandde, dus noemde ik ze lampenstandaards.
De Troon stond daar.
En er waren dienaren in de troonzaal, die eruit zagen als lichten, die in de lucht zweefden. En er was rook, een soort wolk van rook, die de ruimte vulde. De Troon was vóór mij als een soort berg, die in de verte voor me uittorende, en de rook omringde hem. Ik wist dat de Heer op de Troon zat; ik kon Hem niet zien. Weet je, ik kon Zijn gezicht zeker niet zien. Het was allemaal gehuld in die wolk. Maar het besef van de aanwezigheid van de Troon en de aanwezigheid van de Heer was er.
Hij had een boekrol op Zijn schoot, de verzegelde boekrol.
En ik zei: “Hij is als een berg voor mij, en er is een wolk, als een wolk die de berg bedekt”.
Bliksemflitsen en donder en enorme wezens
Terwijl ik probeerde te kijken, merkte ik dat er bliksemflitsen en donder waren, en dat het schudde. Toen zag ik links van mij een of ander groot wezen, dat enorm leek. Weet je, het hoofd en de lichaamsvorm deden me denken aan een leeuw; het had vleugels, en het leek alsof het gezichten had. Maar nogmaals, terwijl ik deze dingen zag en me ervan bewust was, was ik bang om te kijken. Dus het was bijna in mijn ooghoeken. En ik had het gevoel van de omvang ervan; ik zei zelfs: “Ik ben bang om te kijken en kan niet kijken”. En toen zei ik: “Aan Hem die op de troon zit, en aan het Lam, zij zegen en eer en glorie en macht voor eeuwig”, en toen: “Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, de hele aarde is vervuld van Zijn glorie”.
Het Oordeel voor de Grote Witte Troon
Er was een menigte mensen voor de Troon. Ze leken te worden binnengeleid voor de Troon. En het was voor het oordeel dat ze werden voorgeleid. Ik zei dit: “Als iemands naam niet in het Boek wordt gevonden, wordt hij terzijde geworpen”, en er was bijna een soort opening aan de onderkant van dat tempelachtige ding met de kamer. Ik kon naar beneden kijken: als een afgrond. Toen werd ik me ervan bewust – ik weet dat dit heel raar klinkt – maar ik werd me bewust van ogen, overal, ogen op de muren en ogen in de hele kamer: gewoon het gevoel dat er overal ogen waren. En ik zei: “Er is niets dat niet gezien wordt, niets dat niet gehoord wordt. Alle gedachten van de harten van de mensen worden gezien, worden onthuld. Er is niets dat verborgen kan blijven; elke neiging van het hart wordt blootgelegd”.
Ik kon de gestalten van mensen voor de Troon zien.
Dit besef van alsof ik in de aanwezigheid was…. Maar de aanwezigheid was zó overweldigend en zó krachtig, gewoon onmogelijk om naar te kijken! Alleen maar naar de grond kijken, leek zelfs het enige te zijn dat gedaan kon worden.
Deze mensen, die voor de troon stonden, waren als het ware een verzoek aan Hem aan het richten.
Sommigen van hen leken zelfs te denken, dat ze naar Hem konden kijken en met Hem konden spreken. En weet je, ik dacht bij mezelf: ‘Wie zou het überhaupt durven om naar Hem te kijken, om voor Zijn troon te staan en zijn ogen op Hem te richten in die situatie, zoals in de situatie van het oordeel, waar alles blootgelegd wordt?’ En ik zei: “We hebben geen eigen gerechtigheid, geen enkel recht om daar zelfs maar te staan, om daar zelfs maar te zijn in de Heilige plaats. En daar zijn deze mensen, die hun zaak willen bepleiten alsof ze een zaak kunnen maken”.
Het was bijna als een rechtszaal, de zetel van het oordeel.
En daar waren al deze mensen, die dachten dat ze voor de Troon konden staan, en God alle dingen konden vertellen, die ze hadden gedaan, alle redenen waarom Hij hen zou moeten aanvaarden. Het leek mij dat wat ze deden, was Hem al het goede vertellen dat ze hadden gedaan.
Weet je, ik voelde dat het een totale vergissing/fout was om te denken, dat we voor de Heer konden staan en Hem over ons werk vertellen, terwijl het enige wat we kunnen doen, zo lijkt het mij, is Jezus aanroepen! Want alleen door Jezus kunnen we rechtvaardig worden voor God, of met God verzoend worden. Dus ik had gewoon dat besef van de dwaling van zoveel mensen, die proberen daar te staan en Hem te vertellen, dat Hij hen op basis van hun eigen verdiensten zou moeten aanvaarden!
Toen gaf de Heer mij deze woorden om te zeggen:
“Er is maar één die kan staan, alleen hij die zijn gewaden heeft gewassen in het bloed van het Lam, alleen hij mag staan. Want door het bloed is er een toegang voor je gemaakt, want zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving van zonden. Luister o mens, als je wijs was, zou je naar Mij komen, opdat Ik je een schoon gewaad zou geven om te dragen, en een steen met een nieuwe naam erop geschreven.”
Visioen witte steen
Dus toen zag ik in het visioen een steen in mijn handen, terwijl ik ernaar keek, alsof ik mijn handen uitstrekte en hem vasthield. Ik kon de steen zien, en er stond iets op geschreven, maar ik kon niet lezen wat die naam was, wat dat woord was. Mijn vrouw vroeg mij wat er stond, en ik zei: “Ik weet niet wat er staat; ik dacht dat het ‘waarachtig’ of ‘trouw’ was”. Ze vroeg mij welke kleur het had; het was een witte steen.
Daarna was ik meteen weer buiten, buiten deze troonzaal, deze tempelruimte, en toen buiten de poort en toen weer terug waar ik begon. Ik kon de deur weer zien, en toen ging de deur dicht, dus dat was het eerste deel.
Visioen van ‘de buitenste duisternis’
Daarna zag ik nog een opening, en waar die opening was, was er duisternis. Ja, dit is waarom ik dit in het begin al zei, dat er onlangs iets gebeurde waarbij ik die deuren zag opengaan en ik de duisternis zag, en hoe ik daar naar binnen werd getrokken….
Ik merkte dat ik naar de opening, naar de drempel, werd getrokken….
en vervolgens over de drempel heen, de duisternis in. Ik zei: “De buitenste duisternis”. De duisternis was ook zó uitgestrekt: als een oceaan van duisternis, als een oceaan van zwartheid! Het was niet alsof ik viel, maar gewoon een besef van deze enorme uitgestrektheid. Weet je, zoals wanneer je ooit in de oceaan hebt gezwommen en je je ogen sluit, en je gewoon dat gevoel hebt van de grootsheid van de oceaan.
De Troon in de verte was onbereikbaar.
Maar ik kon wel boven mij zien, ver weg in de lucht. Ik kon zien waar die tempel, die Troon, als het ware stond, maar zo ver weg dat het volkomen onbereikbaar was!
Ik zei: “Boven mij, ver weg, kan ik de tempel nog steeds zien, maar ik ben ervan gescheiden”. En het is alsof ik steeds verder en verder weg raak, en alles om mij heen is donker. Het is alsof ik in een donkere vallei sta.
Ik zag die hoge bergen overal om mij heen.
Weet je, ze leken bijna op de contouren van bergen aan de horizon. Maar de duisternis was gewoon schijnbaar eindeloze duisternis. Ik had ook het gevoel dat er dingen in de duisternis rondbewogen; ik kon ze niet zien, maar ik had er gewoon het gevoel van. En toen zei ik: “Het is de afgrond, het is zo uitgestrekt, het is een oceaan van duisternis op zich. Het strekt zich uit tot aan de horizon. Het is een duisternis, die niet te bevatten is, het is een allesomvattende duisternis, een oceaan van duisternis, en er is geen licht, behalve dat ik ver weg, ver in de verte, nog steeds de tempel kan zien”, je weet wel, dat paleis of wat dan ook.
Een engel met een grote ketting
Toen kon ik boven de duisternis kijken en ik zag wat ik begreep als een engel, die daar zweefde. De engel had een grote, dikke ketting, en de ketting loopt naar beneden, de duisternis in. Ik zei: “De ketting gaat naar beneden, de afgrond zelf in”. En toen zag ik de engel als het ware aan de ketting afdalen, bijna alsof hij langs de ketting naar beneden klom, de duisternis in. En het is alsof we naar de bodem gaan; het is een diepe plek, de diepste plek.
Gevangenis
En toen, op de bodem van deze ruimte, wat deze ruimte ook moge zijn, zag ik iets als een kooi, als een deur, maar dan een deur met tralies erin, denk ik. En ik zei hardop: “Deze hele ruimte is als een gevangenis”.
Toen gaf de Heer deze woorden:
Hier zal hij worden gebonden, en van hieruit zal hij worden losgemaakt.
Ik denk dat we wel weten wie de ‘hij’ is.
Dit waren de woorden die daarop volgden:
Hij die in de schaduw van de Allerhoogste zit….
hij die beschutting vindt onder Zijn vleugel, hij die zijn huis heeft gebouwd op een stevig fundament, op de Hoeksteen, hij alleen zal niet wankelen wanneer de storm over jullie komt. Luister, o mens, en neem de woorden ter harte van Hem die op de troon zit. Als je wijs was, zou je je tot Mij wenden nu er nog tijd voor je is. Je zou je gewaden wassen in het bloed van het Lam, opdat ze wit als sneeuw mogen worden.
Want het oordeel komt over je:
oordeel over de aarde, oordeel over hen die onder de aarde zijn. Want de Rechtvaardige zal komen, Hij die de levenden en de doden oordeelt.
Hij, wiens naam in het Boek geschreven staat, zal op die dag geen vrees hebben.
Maar degene, wiens naam niet gevonden wordt in het Boek des Levens van het Lam, hij zal in de buitenste duisternis geworpen worden.
Dat was het einde van de woorden [en het visioen].
Brother Matt: Dus hierna dacht ik dat ik zou sterven, gewoon om het maar te zeggen. Alles was als het ware afgerond, en de Geest was heel krachtig op mij. En ik ging rechtop zitten en voelde me meteen helemaal flauw, alsof al het leven gewoon helemaal uit me wegvloeide. Ik voelde dat ik [dood]ging, weet je.
Mijn vrouw begon voor mij te bidden.
In zekere zin heb ik het gevoel dat ze het leven weer in mij heeft gebeden. Weet je, om eerlijk te zijn, als mijn vrouw en mijn familie er niet waren geweest, dan was ik klaar om te gaan; ik wil gaan. Het zijn alleen zij en mijn familie….
Het voelde alsof het de hele dag duurde om te herstellen.
Om eerlijk te zijn, weet ik niet eens of ik me al helemaal hersteld voel van de ervaring. Ik voel me nog steeds ongelooflijk schuldig, omdat ik weg wil, denk ik. Want als ik naar mijn kinderen kijk en naar mijn vrouw, is mijn liefde voor hen zo groot dat ik me niet kan voorstellen hen achter te laten. Ik wil dat we allemaal samen gaan; dat zou natuurlijk ideaal zijn. Dus we zijn hier tot die dag komt.
Zolang het nog dag is….
De Heer heeft ons gezegd dat we moeten werken zolang het nog dag is. En ik heb dit al vaak gezegd: we moeten blijven werken zolang het dag is, want de nacht komt eraan, waarin niemand kan werken – zo staat het in de Bijbel. Daarom wil ik jullie hiermee bemoedigen/aanmoedigen: we moeten doorgaan met het werk van onze Vader tot de dag dat Hij komt, welke dag dat ook moge zijn, wanneer dat ook moge zijn.
Bron:
Sharing a Vision of the Throne Room and the Abyss – February 4th, 2024
